News

News
 
Seasick for the greater good by Webmaster News 2018-06-11 12:00:50
 

Westerdijk Fungal Biodiversity Institute looking for marine fungi

Four days of horrible seasickness he had to endure, all for the good of his research. The day he smelled the mixed aroma of rice, marrow-fats and piccalilly, and actually felt hungry, he knew he had survived. His new life began: the life of a sea-faring fungi investigator.
Ad Wiebenga, technician in the de Vries group, embarked the Dutch research vessel Pelagia in Galway for leg 9 of the NICO expedition: Netherlands Initiative Changing Oceans. The 11-day trip of Wiebenga was one of the last legs of the 35.500 kilometer long science journey of the Pelagia,  during which scientists of different disciplines, from 20 science institutes, together tried to find answers to 40 research questions. A unique expedition to find out more about the oceans; extremely important for all life on earth, yet so far; under explored.

Whittard Canyon

Among other things, the Pelagia explored the Whittard Canyon, south of Ireland, west of Brest (France).
‘Imagine the Rocky Mountains, under water, that is the Whittard canyon. The deepest point we surveyed was as deep as 2400 meters below sea level.’
Together with Judith van Bleijswijk, researcher at NIOZ (Royal Netherlands Institute for Sea Research) Wiebenga is looking for fungi. On macro algae, but also on dead organic material. Not much is known so far about the role fungi play in the marine ecosystem, or about biodiversity of marine fungi. That is why Wiebenga and Van Bleijswijk took hundreds of samples. Not only of the water at different levels, also of the upper layer of the sediment.

Underseas rivers

The special thing about the seas between the United Kingdom and France is that there are layers in the water. Cold water of 4 degrees Celsius on the bottom, water of 12 degrees on top and in between a separated layer of saltier and warmer water from the Mediterranean. ‘You should expect for the layers to mix, but they don’t’, says Ad Wiebenga. ‘As far north as Bretagne you can find these separated underseas rivers’. All the more interesting because these different environments can be reached within one stop of the Pelagia.

Sediment

Wiebenga is interested in fungi on macro algae, they provide useful information for the future in which we will need new sources of energy and food.
The other thing he is looking forward to: getting his sediment samples from the Pelagia:
30 cores, each divided in 3 samples of each 15 cm high (that means going back into history about 1500 years). Each sample will be divided in another 15 tranches at least.
Wiebenga: ‘We are going to grow the fungi at 4 degrees Celsius. These fungi are very tolerant to difficult conditions: low temperatures, in the dark, in salty water and they can resist high pressure, some of them 240 bar.’

Next time

‘I would do it again, immediately’ is the comment of Wiebenga looking back at the whole experience. ‘It is a complete different world on board of a ship like the Pelagia, working together with all strangers in a narrow space. You have to be tolerant, and everyone is. I like that.’ He has learned a lot, also about trying to make the best of a moving laboratory, of not entirely up-to-his-standard sterile environments. ‘I don’t know what we will discover the coming months, what I do know: it will be a lot of work’
When he walks away to his working place at the Westerdijk institute, he walks straight. The waddling gait of the first days back on shore finally gone.

Westerdijk Fungal Biodiversity Institute zoekt schimmels in zee

Vier dagen was hij verschrikkelijk zeeziek, maar hij hield vol: alles voor het hogere doel van de wetenschap. Op de dag dat hij de geur rook van capucijners met piccallily en trek had, wist hij dat het voorbij was. Hij had het overleefd.
Zijn nieuwe leven kon beginnen: het leven van schimmel-onderzoeker ter zee.
Ad Wiebenga, analist in de groep van Ronald de Vries, voer mee op onderzoeksschip Pelagia op leg 9 van de NICO expeditie: Netherlands Initiative Changing Oceans. De 11 daagse trip van Wiebenga was een van de laatste etappes van de 35.500 kilometer lange tocht van de Pelagia waarin wetenschappers van twintig verschillende wetenschappelijke instituten samen een antwoord proberen te vinden op niet minder dan veertig wetenschappelijke vragen. Een unieke ontdekkingstocht om meer informatie te krijgen over de oceaan, onvoorstelbaar belangrijk voor alle leven op aarde, maar nog heel slecht onderzocht.

Whittard kloof

De Pelagia onderzocht onder andere de Whittard kloof, ten zuiden van Ierland en ten westen van Brest (Frankrijk). „Stel je de Rocky Mountains onder water voor, dat is de Whittard Canyon. Op zijn diepst 2400 meter onder zeeniveau.’
Samen met Judith van Bleijswijk, onderzoeker bij het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) zocht Wiebenga naar schimmels. Op macro algen, maar ook op dood organisch materiaal. Tot nu toe is nog niet zoveel bekend over de biodiversiteit van marine schimmels of de rol van schimmels in het marine eco-systeem. Des te meer reden om honderden monsters te nemen. Niet alleen van het water, op verschillende diepte maar ook van de bovenlaag van het sediment.

Onderzeese rivieren

Het bijzondere van de zeeën tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk is het bestaan van verschillende waterlagen. Koud water van vier graden op de bodem, een laag water van 12 graden aan de oppervlakte en daar tussenin een aparte laag zouter en warmer water uit de Middellandse zee. ‘Je zou verwachten dat die lagen mengen maar dat doen ze niet’ zegt Ad Wiebenga. ‘Die onderzeese rivieren kan je tot aan Bretagne nog vinden. Voor de Pelagia onderzoekers extra interessant omdat ze in een stop van het schip al die  lagen kunnen bemonsteren.’

Sediment

Wiebenga is geïnteresseerd in schimmels op macro algen (zeewieren); ze leveren nuttige informatie voor een toekomst waarin we meer en meer afhankelijk zullen worden van alternatieve energie- en voedselbronnen.
Het andere waar hij naar uitziet: zijn grondmonsters van de Pelagia ontvangen, 30 kernen, verdeeld in 3 spuiten van 15 centimeter hoog (dat betekent een reis terug in de geschiedenis van ongeveer 1500 jaar). Elke spuit wordt waarschijnlijk nog eens verdeeld in 15 lagen van een centimeter dik.
Wiebenga: ‘We gaan de schimmels daaruit opkweken bij 4 graden Celsius. Deze schimmels zijn behoorlijk tolerant voor moeilijke omstandigheden: lage temperatuur, geen licht, zout water en een hoge druk, tot 240 bar.’

Volgende keer

‘Ik zou het zo weer doen’, is het commentaar van Wiebenga, terugkijkend op de hele ervaring. ‘Het is een totaal andere wereld aan boord van een schip als de Pelagia, met allemaal wildvreemde mensen. Ik weet niet wat het is, je gaat in volle tolerantie stand, je accepteert meer van andere mensen. Dat vind ik prettig.’ Hij heeft een hoop geleerd, bijvoorbeeld over hoe te werken in een bewegend laboratorium, en het beste maken van ‘niet helemaal zoals hij gewend is’- steriele omstandigheden.
‘Ik weet niet wat we gaan ontdekken de komende maanden, maar ik weet wel: het wordt een hele hoop werk.’
Als hij wegloopt naar zijn werkplek bij het Westerdijk instituut, loopt hij recht. De wiebelende gang van de eerste dagen terug op het land eindelijk verdwenen.